Fred Diks op Aruba

Het werk gaat beginnen

Als warming up naar de lezingen toe vieren alle uitgenodigde auteurs van het Arubaanse Kinderboekenfestival op zaterdag hun zogenaamde ‘sociale avond’. Op het windstille tropische strand met de ondergaande felgekleurde zon als sfeervol decor, wordt er de hele avond gebarbecued, gedronken, gezongen en gedanst.
Opmerkelijk is dat het aanvankelijk vooral de Nederlanders zijn die op dansgebied het goede voorbeeld geven. De anderen nemen eerst een afwachtende houding aan, omdat het deze avond zelfs voor Arubaanse begrippen erg benauwd is.
Lydia Rood heeft haar schoenen in de bomen gehangen en danst in het mulle zand de sterren van de hemel samen met Gino Vrolijk, de schrijver van het Arubaanse Kinderboekenweekgeschenk over sportartikelen.

De stemming is dus opperbest, vooral als de muziekinstrumenten van de Arubaanse schrijvers tevoorschijn komen. Zelfs als nieuwsgierige en bijtgrage krabben het strand oplopen en enkele ratten precies boven het dansgezelschap trippelen over de takken van de dividivi-bomen, heeft dat geen negatieve gevolgen voor de uitgelaten en vrolijke sfeer.
De volgende dag neemt bibliotheekmedewerker en reisleider Ronny ons mee in de bus voor een ontspannen excursie waarbij we de Arubaanse trekpleisters te zien krijgen. De honderdjarige vuurtoren, de Hooiberg ontstaan uit een uitgewerkte vulkaan, de voormalige goudmijnen en de onzichtbare Natural Bridge (omdat die op 2 september 2005 ineenstortte) waren de hoogtepunten van de trip.
Op maandag gaat het echte werk beginnen. ’s Nachts kan ik niet goed slapen, want ik hoor telkens het knisperende geluid van een onvindbare kakkerlak. Daarom ben ik al heel vroeg wakker. Ik drink daarom om zes uur op uitnodiging van mijn tijdelijke buurvrouw, de Costa Ricaanse schrijfster Carol Britten, een kop sterke zwarte koffie uit haar geboorteland.
Kluitman-directeur Piero Stanco en George, echtgenoot van de directrice van de Arubaanse Biblioteca Nacional, vergezellen mij naar mijn lezingen. George weet via allerlei sluiproutes de lange files in Oranjestad te vermijden.

Ik begin met twee lezingen op de Sint Annaschool. Twee jaar geleden had een windhoos een vernietigende werking. Naast het dak van de Sint Annakerk en enkele huizen, werd ook de school totaal verwoest. Vandaar dat ze sinds kort over een prachtig nieuw schoolgebouw beschikken. Bij aankomst net voor achten, zie ik dat de kinderen op een groot bord bij de ingang een kleurrijk welkom voor de schrijvers hebben geknutseld.

Alle klassen staan in uniforme lichtblauwe schoolt-shirts op het plein verzameld in een kring om de directrice, want de week wordt geopend met het zingen van het Arubaanse volkslied.

De lezingen hebben plaats in het computerlokaal. De airco draait zo te horen op volle (lees: maximale) toeren en de akoestiek is ronduit belabberd. Vijf nieuwsgierige bibliotheekmedewerkers maken ook deel uit van het publiek. De kinderen die binnenkomen moeten op de grond zitten. Dat wordt dadelijk een geschuifel op hun billen van jewelste. De ervaren juf van klas 5 meldt dat ze nog nooit zo’n moeilijke klas heeft gehad. De aanwezige fotograaf maakt foto’s voor de Arubaanse krant.
Ik moet even flink slikken, haal diep adem en begin…

  • Reacties