Bon dia

Kinderboekenschrijver Fred Diks schrijft een column voor Boekblad over zijn tijd op Aruba.

‘Bon dia. Kumbai. Goedendag. Hoe gaat het met jullie?’ vraag ik als ik dinsdag het kleurrijke klaslokaal met 64 leerlingen binnenkom. Gelukkig heeft de directeur er op het laatste moment voor gekozen om de derde zesde klas er niet bij te proppen, want dan hadden we letterlijk met de benen buiten gehangen.

Alle leerlingen lijken door hun schooluniform veel op elkaar en antwoorden beleefd: ‘Bon.’

De jonge juf straalt als ik met haar kennismaak. Ze heeft een prachtige tekening over het thema sport en spel op het schoolbord gemaakt, vertelt enthousiast dat ze mijn website heeft bestudeerd en geeft al haar leerlingen de kans om in sportkleding op school te komen. Kinderen beoefenen op Aruba veel verschillende sporten en spellen. Van schermen tot trefbal; van ballet tot voetbal. Het wat groot voor haar leeftijd uitgevallen meisje dat op karate zit, knikt me bemoedigend toe. Dat stelt me gerust.

Tijdens mijn lezing vertel ik enthousiast over de boekenreeks en de tv-serie over Koen Kampioen.

In een e-mailbericht had schrijver Ted van Lieshout, en voormalig Aruba-ganger, me al verteld over het soms gebrekkige Nederlands dat de kinderen spreken, omdat er thuis vaak voor andere talen wordt gekozen.

De vorige dag leerde ik dat het geven van een lezing op Aruba andere vaardigheden van een auteur vereist dan in Nederland. Door belangstelling voor hun totaal andere leefwereld te tonen, werden de bijeenkomsten zelfs interactief. Erg leuk, maar na vier lezingen in de morgen voelde ik me totaal gebroken.

Sommige kinderen kunnen niet helemaal volgen waar ik het over heb. En aangezien ik nog niet volmaakt Papiaments spreek, probeer ik ze op een andere manier te bereiken. Ik zet de cd-speler aan en zing met de kids het warming-up-lied, afkomstig uit de Koen Kampioen-show.

De meeste Arubaanse kinderen doen ondanks de drukkende hitte goed mee. Ze zwaaien met de armen, rekken en strekken, wiegen met hun heupen en brengen hun hakken naar de billen.

De juf staat naast mij en geeft het goede voorbeeld. Ze vindt het zelfs zo leuk dat we het lied nog een keer gaan doen. Ik hap naar adem, maar laat dat niet aan de juf merken. Gelukkig hoef ik nog niet aan de zuurstoffles en ben ik nog net in staat om mijn gesigneerde boekenleggers uit te delen.

Bijna smekend vraagt de juf of zij de cd met de zes liedjes van de Koen Kampioen-show mag houden, want ze wil het liefst elke dag dansen met haar leerlingen. En als ik meteen bezwijk en haar de cd overhandig, plant ze een zoen op mijn wang. Mijn dag kan niet meer stuk.

  • Reacties