AVI-Lezen

AVI-lezen bij Kluitman

Het AVI-niveau zegt iets over het technische leesniveau van een tekst, dus: hoe moeilijk is het om deze tekst te lezen.

496_avi_nieuw

 

 

 

 

 

Bij AVI loopt de schaal van M3 (midden groep 3) tot E7 (eind groep 7). Onder aan de schaal is er een extra niveau S (start) en boven aan de schaal bevindt zich niveau P (plus).

498_avi_zoom1

 

De naamgeving van AVI is dus gebaseerd op de groepsindeling op Nederlandse scholen en sluit aan op de toetsresultaten van de Cito leesvaardigheidstoetsen.

Het is goed om te bedenken dat de groepsaanduiding is gebaseerd op het gemiddelde leesniveau van Nederlandse kinderen. Uiteraard zijn niet alle kinderen op precies hetzelfde moment aan hetzelfde leesniveau toe. Het kan dus heel goed zijn dat een kind in groep 5 zit, maar boeken leest met niveau E6 (eind groep 6) of M4 (midden groep 4).

Het AVI-niveau van boeken wordt berekend aan de hand van:

de gemiddelde woordlengte in letters: hoe korter het woord, hoe makkelijker het leest.
het gebruik van veel voorkomende woorden of juist niet: woorden die je vaak tegenkomt, herken je eerder en zijn dus makkelijker te lezen.
AVI-start is het laagste niveau, voor kinderen die net beginnen met lezen. Dit leesniveau is het enige dat niet alleen wordt bepaald op basis van woordlengte en al dan niet hoogfrequent zijn van woorden. Op dit niveau mogen alleen woorden met bepaalde woordeigenschappen gebruikt worden.

 

CLIB

De tweede schaal, met de aanduiding CLIB, is helemaal nieuw. CLIB zegt iets over de moeilijkheidsgraad van het begrijpend lezen, dus: hoe moeilijk is het om deze tekst te begrijpen.

Het CLIB-niveau loopt van 3 tot 8, net als bij het AVI correspondeert dit met de groepen van het basisonderwijs. Ook de CLIB-schaal kent een niveau S (start) en een niveau P (Plus)

499_avi_zoom2

 

 

 

Het CLIB-niveau van een tekst wordt bepaald aan de hand van volgende factoren:

  • de gemiddelde woordlengte in letters: hoe korter het woord, hoe makkelijker te begrijpen
    zijn er veel voorkomende woorden gebruikt of juist niet: woorden die je vaak tegenkomt, herken je eerder en zijn dus makkelijker te begrijpen.
  • gemiddelde zinslengte: hoe korter de zin, hoe makkelijker te begrijpen
    variatie in woordgebruik: als de schrijver steeds hetzelfde woord gebruikt om iets aan te duiden is dat makkelijker te begrijpen dan wanneer hij steeds een ander synoniem gebruikt.

Het thema

Dit geeft aan waar het boek over gaat, zodat de lezer kan zien of het hem interessant lijkt.

 

500_avi_zoom3

 

 

 

AVI-start

Op het laagste leesniveau, AVI-start, mogen alleen bepaalde woorden gebruikt worden:

Woordtypen:
éénlettergrepige klankzuivere woorden:

mk: zee
o km: ik, op, en
o mkm: maan, vis, rook, bos
enkele éénlettergrepige niet–klankzuivere woorden:

o mk: de, we, je
En bepaalde woorden mogen niet gebruikt worden:

woorden beginnend met sch– schep
woorden eindigend op open lettergreep: ja, zo, nu
woorden eindigend op –b of –d of –uw: web, rood, duw
woorden eindigend op –eer of –oor: meer, boor
woorden met tweetekenklanken (oe, ui, eu enz.)