Michael Cox

De eerste jaren

Toen Michael klein was, speelde hij vaak dat hij een ruimtevaarder, een Apache-indiaan, een woeste piraat of de uitermate dappere sherrif van de Dode Tak Vallei was. Ondanks dat hij het daar allemaal razend druk mee had, vond hij zo af en toe nog wat tijd om even op school langs te gaan en zijn meester (die ze meester “KrijtStompje” Chigley noemden) waardevolle tips te geven. Aan welke kant hij het beste op een fluit kon blazen, bijvoorbeeld. Of hoe ontzettend on-cool het was om te proberen je schrift op te eten, alleen maar omdat je niet weet hoeveel 7 guzinta 49 is. (En dat is natuurlijk gewoon 7, zoals we allemaal weten. Behalve Krijtstompje dan.)

De tienerjaren

Michael was, net als de meeste kinderen, zo ongeveer op zijn elfde jaar ‘kind-af’. (Wel héél erg “ongeveer” trouwens, maar dat gaat je verder niks aan.) Hij ging naar een deftige school waar de kinderen idiote petjes op moesten waar ze nog idiotere gezichten bij trokken. Op deze school leerde hij een hoop nuttige dingen, zoals Pruisisch spreken, en dat het niet cool was om aan je oksel te ruiken als je met een meisje stond te praten.

De puberjaren

In 1965 besloot Michael dat hij het zat was om die belachelijke schoolpet en die stomme korte broek te dragen. Die zorgden er alleen maar voor dat ‘duizenden’ tienermeisjes vol ongeloof naar zijn spaghetti-vormige benen staarden. Dus toen hij 15 was, ging hij van school om in een kantoor te gaan werken. Hij was van plan zijn eerste loon te gebruiken om zijn benen op te laten pompen tot de grootte van boomstammen. Dan kon hij tenminste met een beetje zelfvertrouwen korte broeken dragen tot hij minstens 25 jaar zou zijn.

Volwassen

Na heel wat verschillende baantjes (o.a. boekenverkoper en rozenkweker) besloot Michael dat hij leraar wilde worden. In zijn vrije tijd schreef hij verhalen en schilderde hij wel eens wat. In het begin van de jaren ’90 won hij de ‘Verhaal van het Jaar’-trofee en niet lang daarna stopte hij met werken als leraar om zich volledig op het schrijven te storten. Sinds die tijd heeft hij ongeveer 30 boeken voor kinderen geschreven, met zeer uiteenlopende onderwerpen: van kunst en architectuur tot bizarre en enge verhalen. Hij schrijft fictie en non-fictie en zijn boeken zijn uitgegeven in ongeveer 12 landen, waaronder Rusland, Brazilië, Finland, Korea en Nederland.

Huis en familie

Omdat Michael er maar niet in slaagt langs de zwaarbewaakte grenzen van Nottinghamshire in Engeland te komen, woont hij nog steeds in zijn geboortestreek met zijn vrouw (die lerares is), een kat (die dat niet is) en een bende kippen en eenden (die het niet zouden kÛnnen zijn, al zouden ze het willen). Hij heeft een zoon, die ook schrijver en journalist is.

Werk en vrije tijd

Zijn vrije tijd gebruikt Michael om naar zijn werkkamer te lopen, de computer aan te zetten en de postbode de stuipen op het lijf te jagen. Als hij het niet druk heeft met schrijven, onderneemt hij spannende onderzoeksreizen naar… de bibliotheek in het dorp. Daarnaast gaat hij graag naar scholen om met kinderen over schrijven te praten, of over wat je allemaal voor leuke dingen kunt doen met een dooie mammoet. Tijdens die schoolbezoeken tekent hij ook, leest hij voor uit zijn boeken, en vraagt hij de leraren waar de wc is.

Kunst

Als hij er éven tijd voor heeft, vindt Michael het erg prettig om er op uit te gaan om bomen en schapen te schilderen. Hij wordt wel erg chagrijnig als ze er vandoor gaan voor hij zijn schilderij af heeft. (De schapen ja. Niet de bomen natuurlijk.) Verder leest hij graag en houdt hij van blues en Afrikaanse popmuziek.