Karin Hubbeling

Karin Hubbeling (1960) schreef voor Kluitman het Allesboek over Paarden. ‘Ontzettend leuk om te doen!’ zegt ze. ‘Vooral omdat ik van jongs af aan helemaal gek ben van paarden. Toen ik elf was, mocht ik van mijn ouders op paardrijles. Toevallig kwam ik op een manege met IJslandse paarden terecht. Daar sloeg het ijslandervirus toe. En dat is nooit meer overgegaan.’

Karin is geboren en getogen in Heiloo, vlakbij Alkmaar. Tegenwoordig woont ze in Egmond aan den Hoef. Ze werkt als redacteur bij Rodi Media in Broek op Langedijk. Daar schrijft ze artikelen voor diverse kranten. Het Allesboek over Paarden is haar eerste kinderboek. De afgelopen vijftien jaar heeft ze tien boeken bij andere uitgeverijen geschreven. Die gingen over gezondheid en paarden. Want naast haar werk bij de krant is ze ook natuurgeneeskundig therapeut voor dieren en mensen.

IJslanders

Een paar stukjes in het Allesboek over Paarden gaan over Karins eigen paarden. Het zijn twee IJslanders en ze heten Kvika en Sprettur. Dat zijn echte IJslandse namen. Kvika betekent kwiek en opgewekt. Kvika is een merrie en ze heet zo omdat ze altijd heel vrolijk is. Sprettur is een ruin en zijn naam betekent hard galopperen. Karin heeft hem zo genoemd omdat hij als veulen alleen maar hard galoppeerde of lag te slapen. ‘IJslandse paarden zijn heel bijzonder,’ vertelt Karin. ‘Ze zijn niet zo heel groot, maar wel heel sterk. Ook willen ze graag lopen. Naast stap, draf en galop hebben ze nog twee extra gangen. De tölt en de telgang. Vooral tölt is heel lekker om te rijden. Het is een soort snelwandelen en hobbelt helemaal niet.’

Als je meer wilt weten over IJslanders kun je kijken op www.nsijp.nl.

Honden

Behalve op paarden is Karin dol op honden. Ze heeft er twee, een Duitse herder en een jackrussellterriër. ‘Mijn ouders hadden al een Duitse herder toen ik geboren werd,’ zegt ze. ‘Daarna kwam er nog een en nog een. De hond die ik nu heb, is al de zesde Duitse herder. Ze heet Pixel en is altijd vrolijk. Ze wil graag spelen en is gek op kinderen. Daar luistert ze beter naar dan naar mij. Mijn jackrussell heet Bliki. Dat is ook weer een IJslandse naam. Een jackrussell is een klein hondje dat je heel vaak bij paarden ziet. Een echt stoer paardenhondje dus. De grote herder is een beetje bang voor mijn paarden. Maar die kleine helemaal niet. Die loopt er gewoon onderdoor. Honden zijn echt heel grappig. Ik moet vaak erg om ze lachen.’